Staar operatie

Het verwijderen van vloeibare “honingachtige” lensinhoud is in het algemeen eenvoudig. Het kan zelfs weggezogen worden. De phaco-emulsificator is een ideaal instrument om dit te doen. Bij een vloeibare, immature, staar hoeft vrijwel geen energie te worden toegediend. Met het toenemen van de duur van de staarvorming neemt de hardheid van de lens toe. Om deze lens te verpulveren moet veel energie worden toegevoerd. Deze energie kan de binnenzijde van het hoornvlies beschadigen en hoornvlies oedeem geven.

Bij een harde mature staar zijn kapsel en vezels, waaraan de lens hangt, fragiel geworden. Kapsel en vezel zijn veel eerder geneigd te scheuren dan in een niet rijpe lens. Ingeval van een scheur zal glasvocht naar voren komen en het goede verloop van de operatie negatief beïnvloeden. Zo kan bijvoorbeeld de juiste lens niet meer geplaatst worden, de pupil kan vervormd blijven, de macula kan ontstoken raken en er kan een netvlies loslating ontstaan.
Het verwijderen van een harde rijpe staar verhoogd de kans op complicaties. De stelling “hoe vroeger, hoe beter” gaat in dit geval op. Elke operatie heeft risico’s. Het zou getuigen van naïviteit te stellen dat elke operatie goed afloopt.

Toch kan men stellen dat een cataractextractie met implantatie van een intraoculaire lens uw zicht met grote waarschijnlijkheid zal verbeteren. Gewoonlijk krijgt een patiënt een zicht dat ligt tussen 50 en 100 %. Vanzelfsprekend is de aanwezigheid van oogafwijkingen vooral diabetes, maculadegeneratie en glaucoom van groot belang daar deze afwijkingen het eindresultaat negatief kunnen beïnvloeden. Genoemde cijfers zijn gemiddelden van onderzoeksgroepen. Een individuele patiënt kan een beter of slechter zicht ervaren. Het komt gelukkig zelden (minder dan 4%) voor dat het zicht na de operatie slechter wordt

Leer meer op overogen.nl

Post Navigation